
Opgave SAAL corridor: Kwalitatief goed en aantrekkelijk OV tussen Schiphol, Amsterdam, Almere en Lelystad (SAAL)
Een goede bereikbaarheid van de Metropoolregio Amsterdam is van groot belang voor de concurrentiepositie van de Randstad. Het aantal treinreizigers tussen de luchthaven Schiphol en Lelystad groeit sterk. Almere groeit tot de vijfde stad van Nederland en de Zuidas ontwikkelt zich tot het belangrijkste zakencentrum van Nederland. Dagelijks reizen er nu ruim 40.000 mensen over deze corridor. In 2020 zal dit bijna het dubbele aantal zijn. Het huidige spoor tussen Schiphol en Lelystad kan deze grote groei niet aan. Daarom werken Rijk en Regio in het project OV SAAL samen aan de verbetering van het openbaar vervoer tussen Schiphol, Amsterdam, Almere en Lelystad. Tot 2020 heeft het Rijk hiervoor ca. € 1,6 miljard (prijspeil 2011) gereserveerd. Het doel van het project is het leveren van kwalitatief goed en aantrekkelijk OV voor de reiziger. Er wordt ingezet op meer kwaliteit en capaciteit. Ook de betrouwbaarheid en de frequenties gaan omhoog. Het project OV SAAL bestaat uit 2 deelprojecten.
Deelproject korte termijn (de periode 2010-2016)
Op de korte termijn worden er diverse maatregelen genomen om de capaciteit van de spoorverbinding uit te breiden en de kwaliteit te verbeteren. Over de maatregelen voor de OV SAAL corridor op de korte termijn is reeds besloten. Het Tracébesluit voor verbeteringen op de Zuidelijk tak Amsterdam is in mei 2010 vastgesteld. De realisatiefase is gestart. Zeer binnenkort kan de eerste schop de grond in, zodra de voorbereidende werkzaamheden zijn afgerond. Na uitvoering van deze maatregelen is er vanaf 2016 integrale viersporigheid beschikbaar tussen Schiphol en de Utrechtboog en zijn de aansluitingen bij Riekerpolder en de Utrechtboog zodanig ingericht dat treinen elkaar niet meer in de weg zitten. Hierdoor wordt de capaciteit, kwaliteit en betrouwbaarheid van de treindienst van en naar Schiphol en de Amsterdamse Zuidas vanuit Flevoland, t Gooi en Utrecht verbeterd. Op 14 april 2011 heeft de minister van I&M het OTB Flevolijn gepubliceerd. Het streven is om het Tracébesluit in oktober te nemen. Op de Flevolijn in Almere worden keersporen en geluidsmaatregelen aangebracht.
Met het pakket korte termijnmaatregelen is een investering van in totaal ca. € 900 mln gemoeid. Daarmee is verzekerd dat de verwachte groei van het aantal treinreizigers door de opening van de Hanzelijn en door de ruimtelijke ontwikkelingen in deze corridor de komende periode kan worden opgevangen met een goed en passend aanbod van treindiensten. Het aantal treinen tussen Almere en Amsterdam/Schiphol zal tot 2016 ten opzichte van nu stapsgewijs toenemen: van 8 naar 12 treinen per uur en richting.
Deelproject middellange termijn (de periode tot 2020)
In de periode tot 2020 wordt een tweede stap gezet en zullen opnieuw diverse maatregelen op het spoor worden genomen. De kwaliteitssprong krijgt dan verder vorm. Het onderzoek dat voor deze fase wordt uitgevoerd, sluit aan bij de ambities van het Rijk ten aanzien van ‘spoorboekloos rijden’ zoals dat ook in het Programma Hoogfrequent Spoor (PHS) is vastgelegd. Op basis van de onderzoeken is in het bestuurlijk overleg van 13 april 2011 geconstateerd dat er twee kansrijke varianten zijn voor hoog-frequent spoorvervoer. Binnen de kaders van capaciteit, kwaliteit en budget komen de volgende varianten naar voren:
1) Een variant in een corridormodel met een 10-minutendienst op alle Intercity- en Sprinterverbindingen binnen de OV-SAAL-corridor incl. de Gooilijn waarbij een deel van de relaties alleen door middel van een (hoogfrequente) overstap in Weesp wordt aangeboden. Daartoe stoppen alle treinen in Weesp; benodigde investering: € 346 mln;
2) Een variant op basis van een 10-minutendienst waarbij op alle Intercity- en Sprinterrelaties directe verbindingen worden aangeboden maar deels wel met een lagere frequentie; benodigde investeringen € 654 mln (excl. € 84 mln voor inhaling Almere Poort, te financieren van uit het Herstelplan spoor 2e fase).
In het bestuurlijk overleg is geconstateerd dat de voorliggende kansrijke varianten niet los te zien zijn van de lange termijn. In het kader van het project RRAAM (Rijks-, regioprogramma Amsterdam Almere Markermeer) wordt gestudeerd op drie metroalternatieven voor een IJmeerlijn. In 2012 worden hier besluiten over worden genomen. In het geval van een IJmeerlijn, danwel de keuze voor verdere uitbreiding van de bestaande spoorverbinding, is de vraag welke variant (C of E’) de beste stap is op weg naar de lange termijn. Daarom hebben de bestuurders het volgende besluit genomen:
De exacte invulling voor de middellange termijn wordt gekoppeld aan het besluit over de lange termijn, dat uiterlijk eind 2012 genomen zal worden. Op deze wijze kan een goede integrale afweging worden gemaakt op basis van de optimalisatie van de IJmeerverbinding, de uitwerkingen voor de spoorverbinding via de Hollandse Brug voor de lange termijn én de stap die op de middellange termijn wordt gezet. Tot aan het besluit eind 2012 blijft het budget voor de middellange termijn gereserveerd.
Links: