Met haar partners in de Metropoolregio vertolkt de Stadsregio het geluid van de lokale en regionale stakeholders en levert, gehoord de gemeenten aan het spoornet, inhoudelijke bijdragen aan en commentaren op de door Prorail in opdracht van Verkeer en Waterstaat verrichte landelijke studies. De Stadsregio zorgt tevens met haar partners voor dat het geluid voor PHS aansluit op het regionale geluid dat wordt vertolkt binnen het project OV SAAL.
De fase van oordeelsvorming wordt in maart afgerond met een maatschappelijke kosten-baten analyse (MKBA). Vanaf dat moment breekt de besluitvormingsfase aan. Die moet leiden tot een gedragen besluit vóór de zomer van het Kabinet over de noodzakelijke investeringen voor het aanpassen van de infrastructuurcapaciteit.
Om de ambities voor 2020 te halen moet het Kabinet vóór de zomer van 2010 een voorkeursbesluit over de planstudies in dit programma nemen. Eind april vindt een bestuurlijke conferentie plaats met de betrokken stadsregio’s en provincies. Het streven is op deze conferentie de basis voor een gezamenlijk gedragen besluit wordt gelegd dat vervolgens als voorkeursalternatief in de Keuzenota van de minister van Verkeer en Waterstaat aan de Tweede Kamer wordt voorgelegd. Op deze bestuurlijke conferentie vertegenwoordigen de regionale bestuurders natuurlijk ook de gemeenten in de Metropoolregio.
Medio maart is een bestuurlijk vooroverleg gepland tussen regio’s en de minister om tot een richtinggevende uitspraak over de bestudeerde varianten voor een toekomstvaste routering voor het goederenvervoer te komen. Om een goede afweging te kunnen maken tussen verschillende varianten is deze regio mede afhankelijk van informatie dat voortkomt uit een onderzoek naar de infrastructurele effecten van diverse varianten voor treinbediening op de corridor Schiphol – Amsterdam – Almere – Lelystad (OV-SAAL-studie).
De kern van de opgave van de planstudies is dat de ambities van de Minister en van NS/ProRail/KNV Goederen ten aanzien van de ontwikkeling van het spoorvervoer niet mogelijk zijn op de capaciteit (infrastructuur en milieuruimte) die nu op het landelijk spoornet voorzien is in 2020. PHS gaat uit van vier zogenaamde focuscorridors waarop zes Intercity’s en vier of zes Sprinters per uur moeten kunnen gaan rijden. Drie van deze corridors (Alkmaar – Amsterdam – Utrecht - Eindhoven, Schiphol – Amsterdam – Almere – Lelystad (SAAL) en Schiphol – Utrecht – Arnhem/Nijmegen) gaan (deels) door onze regio.
De ambitie van de regio is gericht op drie hoofdlijnen: een optimale bereikbaarheid per spoor van de Zuidas als internationaal knooppunt vanuit steden en richtingen, een kwaliteitssprong voor het reizigersvervoer op de SAAL-corridor (‘spoorboekloos rijden’) en op de A2-corridor (Utrecht-Amsterdam-Zuid-Schiphol en/of Utrecht – Amsterdam Centraal - Alkmaar).
Daarnaast streeft de regio naar een duurzame oplossing van de externe veiligheidsproblematiek op het spoor door beperking van risico’s van vervoer van gevaarlijke stoffen door de Amsterdamse regio, ook na 2020.
De Stadsregio is ervan overtuigd dat het marktpotentieel voor spoorvervoer in de kernen op de Zaanlijn voldoende substantieel is om een bediening met zowel 6 Intercity’s Alkmaar-Utrecht als ook 6 Sprinters Uitgeest-Amsterdam Centraal te rechtvaardigen.
Inlichtingen: Ruud van der Ploeg, tel. 020-5273723