Besluit Locatiegebonden Subsidies (BLS) is bedoeld om de woningmarkt weer in beweging te brengen. Het Rijk wil met deze subsidies de woningproductie verhogen en bereiken dat er (extra) woningen door middel van eigenbouw gerealiseerd worden. De subsidies worden verleend aan de stadsregio’s en provincies. Zij mogen zelf beleidsdoelen hanteren bij het verdelen van de subsidies over de gemeentes. De Stadsregio Amsterdam verdeelt de subsidies onder de gemeentes op basis van het aantal gerealiseerde sociale woningen (zowel sociale huur-als koopwoningen).
Het ministerie van VROM heeft namens het Rijk afspraken met de Stadsregio Amsterdam gemaakt over de woningproductie die moet worden geleverd om subsidie te ontvangen. De afspraken zijn vastgelegd in een convenant dat de hele subsidieperiode van 2005 tot en met 2009 beslaat. Hierin is onder andere afgesproken hoeveel woningen er in totaal in deze periode in de stadsregio moeten worden gebouwd. Met VROM is afgesproken dat binnen de stadsregio Amsterdam in de periode van 2005 tot en met 2009 in totaal 43.000 woningen wordt opgeleverd. Het maximale subsidiebedrag voor de Stadsregio Amsterdam is gebaseerd op dit aantal.
Als dit wordt overschreden is de subsidie uitgeput.
Wanneer is er recht op BLS-subsidie?
De Stadsregio Amsterdam heeft in haar regeling opgenomen dat de BLS-subsidies aan gemeentes worden verstrekt op basis van aantallen opgeleverde sociale huur- en koopwoningen. Daarbij wordt in het bedrag per woning onderscheid gemaakt naar binnenstedelijke en uitleglocaties, en naar bouwgemeentes (Amsterdam, Haarlemmermeer, Purmerend, Zaanstad), en niet-bouwgemeentes. Voor de berekening van het subsidiebedrag per gemeente zijn de volgende voorcalculatorisch geraamde bedragen per sociale woning opgenomen in de regeling:
Bouwgemeentes (Amsterdam, Haarlemmermeer, Purmerend, Zaanstad)
Niet-bouwgemeentes (alle andere gemeentes in de stadsregio)
De genoemde bedragen kunnen naar rato worden bijgesteld als in een jaar meer dan 30 % van de hele woningproductie uit sociale woningen bestaat, of als in een jaar naar verhouding meer woningen in bouwgemeentes of op binnenstedelijke locaties worden gerealiseerd.
Als prijsgrenzen voor sociale huurwoningen gelden de grenzen voor de aanvangshuurprijs als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag. Deze zijn te vinden onder http://wetten.overheid.nl
Als prijsgrenzen voor sociale koopwoningen gelden de grenzen voor de koopprijs vrij op naam van ten hoogste het bedrag dat in de Wet Bevordering Eigen Woningbezit wordt gehanteerd. Zie hiervoor ook http://wetten.overheid.nl
Hoe werkt het aanvragen van BLS-subsidie?
Elke gemeente die een of meer sociale woningen heeft opgeleverd, kan de BLS-subsidie bij de stadsregio aanvragen. Op het aanvraagformulier moeten de aantallen opgeleverde woningen in de verschillende categorieën worden ingevuld. Als er sprake is van sociale woningen moet het formulier vergezeld gaan van een accountantsverklaring. Deze verklaring moet een overzicht geven van de totale jaarproductie van woningen in een gemeente, het aantal sociale woningen, en het aantal woningen door middel van eigenbouw. Daarnaast moet de verklaring een onderscheid maken in binnenstedelijke en uitleglocaties. Ook moet duidelijk aangegeven zijn dat de woningen zijn opgeleverd in het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Ook gemeentes, die niet voor subsidie in aanmerking komen, moeten een ingevuld formulier aanleveren. Een accountantsverklaring is in dat geval niet nodig.
Wanneer is er recht op subsidie voor eigenbouw?
Voor de woningen, die door middel van eigenbouw worden opgeleverd, ontvangen gemeentes een bedrag per woning ongeacht de doelgroep en de locatie van de woning. Een randvoorwaarde voor krijgen van subsidie is dat het totaal aantal opgeleverde eigenbouw-woningen in een jaar zowel voor de hele regio als voor de afzonderlijke gemeentes boven een bepaalde drempelwaarde ligt. Het regionaal drempelpercentage is 4,2 %.
Het gemeentelijk drempelaantal voor een jaar wordt berekend aan de hand van het regionale drempelpercentage: de vermenigvuldiging van het regionaal drempelpercentage eigenbouw met de gemeentelijke woningbouwproductie in het betreffende jaar. Voor het aanvragen van subsidie voor eigenbouw-woningen hoeft een gemeente zelf geen actie te ondernemen. Jaarlijks informeert VROM bij de Stadsregio naar het aantal opgeleverde eigenbouw-woningen, waarna de Stadsregio het subsidiebedrag overmaakt.
Contact
Vragen over de subsidieaanvragen die u bij de Stadsregio Amsterdam kunt indienen, kunt u mailen naar subsidieloket@stadsregioamsterdam.nl. U krijgt dan zo spoedig mogelijk een reactie.